FAQs

Meer

olieverf

Gesso kan met acrylverf worden gekleurd, mits niet teveel acrylverf wordt toegevoegd. Als je veel acrylverf toevoegt wordt het oppervlak van de gesso niet poreus genoeg voor een goede hechting van de olieverf. Tevens blijft een gesso met veel acrylverf er in altijd een soepele laag, ook na droging. Als gevolg van het verouderingsproces van olieverf zal de olieverffilm in de loop van de tijd steeds minder flexibel worden. Bij temperatuurschommelingen kunnen onderlinge spanningsverschillen voor problemen gaan zorgen, omdat ook al de hechting minder is dan bij het gebruik van pure gesso.

In principe kunnen o.a. papier, karton, hout, katoen en linnen gebruikt worden als ondergrond voor olieverf, maar niet zonder eerst behandeld te zijn. Een onbehandelde drager zal de olie uit de verf wegzuigen en dan mist de verf de hoeveelheid olie die nodig is om de pigmenten te omgeven en een goede film te vormen. Tevens tast de olie die in het hout etc. zou dringen het hout, katoen, linnen of papier aan, waardoor de ondergrond als het ware "verschroeit". Voor een goede hechting van olieverf is wel een poreus oppervlak nodig, waar de olie zich aan vast kan hechten, maar geen ondergrond waar de olie in weggezogen wordt. Volgens de traditionele preparerings-methode wordt het hout, linnen, katoen of papier eerst behandeld met een laag konijnen- of hazenlijm, of met een andere huid- of beenderlijm (gelatine). Deze laag beschermt de drager tegen het intrekken van de olie. Vervolgens wordt een mengsel van krijt, zinkwit en olie aangebracht. Dat mengsel vormt een poreuze prepareringslaag waaraan de olie zich kan hechten. De moderne en duurzamere vervanger voor de vaak bewerkelijke oude prepareringsmethoden is Gesso op basis van een pure acrylaat. Volgens speciaal recept vervaardigd, vervult Gesso in één keer de functies van de verschillende lagen volgens de traditionele methode. Voor sterk zuigende ondergronden kan onder de gesso eerst een laag acrylbinder worden opgebracht.

Modeling paste kan gezien worden als een zeer dikke Gesso en is daarmee geschikt voor het maken van ondergronden in relief voor zowel olie- als acrylverf. Modeling paste bevat voldoende pigment om een poreus oppervlak te vormen, waarop ook olieverf zich kan hechten.

 
Meer

ondergronden

De kwaliteit wordt aangegeven in grammen per vierkante meter en/of het aantal draden per cm. of de draaddikte. Bij het weven van doek worden de draden in de lengterichting de schering genoemd en de draden in de breedterichting de inslagdraden. Als die draden dicht naast elkaar liggen dan spreek je van een dicht geweven doek. Liggen de draden verder uit elkaar dan spreken wij van een hol geweven doek. Bij een "hol geweven doek"kan je ,als je het doek tegen het licht houdt tussen de draden door kijken. Bij dubbeldraads linnen worden twee draden tegelijk gebruikt. Dat kan zowel voor de schering als voor de inslag gebeuren. Dubbeldraads linnen heeft dus een veel ruwere structuur dan gewoon linnen.

Welk doek of doekramen kiest u als ondergrond bij het schilderen? 

De keus tussen linnen en katoen lijkt makkelijk vanwege het prijsverschil, maar om een goed antwoord te geven op de vraag is de prijs niet het enige argument. Het is belangrijk om te weten wat de eigenschappen van linnen en katoen zijn, en hoe die eigenschappen van pas komen bij het schilderen. Beide materialen zijn een zuiver plantaardig natuurproduct. Wel zijn er duidelijke verschillen i.v.m. het gebruik als schilderondergrond, en zeker indien opgespannen op een spieraam.

Daarnaast zijn de productieprocessen van linnen en katoen verschillend in hun milieubelasting. Linnen is sterker dan katoen. Het is niet alleen slijtvaster en duurzamer, linnen is ook beter bestand tegen scheuren en trekken. Daardoor is linnen meer geschikt om op te spannen, zeker op grote formaten. Katoen neemt makkelijker vocht op dan linnen en katoen staat dat opgenomen vocht ook weer makkelijker af. Dat brengt twee nadelen met zich mee: Bij het telkens weer opnemen van vocht uit de omgeving neemt katoen ook steeds meer vervuiling (b.v. zuren) op.

Tevens verliest katoen ook makkelijk en vrij snel zijn spanning door die voortdurende vochtopname en -afgifte. Zowel tijdens als na het schilderen is het prettig als het doek op spanning blijft en niet snel "deukt". Een linnen doek laat meer technieken toe die het doek zwaar belasten en verliest ook veel minder snel spanning dan een katoenen doek. Natuurlijk is het mogelijk d.m.v. uitspieën een katoenen doek op spanning te houden, maar regelmatig uitspieën maakt niet alleen het doek, maar ook het spieraam minder sterk en minder stabiel op den duur zelfs te groot om netjes in de lijst te passen.

Dan is er ook nog het minder bekende, maar niet minder belangrijke aspect van milieubeheer dat een argument kan zijn om voor linnen te kiezen. Bij de teelt van katoen wordt veel gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De teelt van vlas (de enige grondstof voor linnen) is veel minder milieubelastend omdat daarbij nauwelijks kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt worden. Samenvattend kunnen we zeggen dat linnen doeken kwalitatief beter zijn dan katoenen doeken. Zeker als u uw werk exposeert en/of verkoopt is het belangrijk dat uw schilderijen er goed blijven uitzien. Linnen verdient dan de voorkeur. Aan de andere kant is voor studies en kleinere formaten een katoenen doek zeker een voordelig en goed bruikbaar alternatief. U kan met deze informatie een goede keus maken uit het totale aanbod doekramen.

De term canvas is verwarrend. Het engelse woord "cotton" betekent "katoen" en het engelse "linen" is in het Nederlands "linnen", maar met canvas kan zowel katoen als linnen worden bedoeld. Van origine betekent canvas linnen, maar onderhand wordt het steeds meer voor allerlei weefsels gebruikt. Uiteindelijk wordt met canvas meestal een zware soort katoendoek bedoeld. Ook de term "duck-doek"betekent meestal een zware kwaliteit katoen.