FAQs

Meer

ondergronden

De kwaliteit wordt aangegeven in grammen per vierkante meter en/of het aantal draden per cm. of de draaddikte. Bij het weven van doek worden de draden in de lengterichting de schering genoemd en de draden in de breedterichting de inslagdraden. Als die draden dicht naast elkaar liggen dan spreek je van een dicht geweven doek. Liggen de draden verder uit elkaar dan spreken wij van een hol geweven doek. Bij een "hol geweven doek"kan je ,als je het doek tegen het licht houdt tussen de draden door kijken. Bij dubbeldraads linnen worden twee draden tegelijk gebruikt. Dat kan zowel voor de schering als voor de inslag gebeuren. Dubbeldraads linnen heeft dus een veel ruwere structuur dan gewoon linnen.

Welk doek of doekramen kiest u als ondergrond bij het schilderen? 

De keus tussen linnen en katoen lijkt makkelijk vanwege het prijsverschil, maar om een goed antwoord te geven op de vraag is de prijs niet het enige argument. Het is belangrijk om te weten wat de eigenschappen van linnen en katoen zijn, en hoe die eigenschappen van pas komen bij het schilderen. Beide materialen zijn een zuiver plantaardig natuurproduct. Wel zijn er duidelijke verschillen i.v.m. het gebruik als schilderondergrond, en zeker indien opgespannen op een spieraam.

Daarnaast zijn de productieprocessen van linnen en katoen verschillend in hun milieubelasting. Linnen is sterker dan katoen. Het is niet alleen slijtvaster en duurzamer, linnen is ook beter bestand tegen scheuren en trekken. Daardoor is linnen meer geschikt om op te spannen, zeker op grote formaten. Katoen neemt makkelijker vocht op dan linnen en katoen staat dat opgenomen vocht ook weer makkelijker af. Dat brengt twee nadelen met zich mee: Bij het telkens weer opnemen van vocht uit de omgeving neemt katoen ook steeds meer vervuiling (b.v. zuren) op.

Tevens verliest katoen ook makkelijk en vrij snel zijn spanning door die voortdurende vochtopname en -afgifte. Zowel tijdens als na het schilderen is het prettig als het doek op spanning blijft en niet snel "deukt". Een linnen doek laat meer technieken toe die het doek zwaar belasten en verliest ook veel minder snel spanning dan een katoenen doek. Natuurlijk is het mogelijk d.m.v. uitspieën een katoenen doek op spanning te houden, maar regelmatig uitspieën maakt niet alleen het doek, maar ook het spieraam minder sterk en minder stabiel op den duur zelfs te groot om netjes in de lijst te passen.

Dan is er ook nog het minder bekende, maar niet minder belangrijke aspect van milieubeheer dat een argument kan zijn om voor linnen te kiezen. Bij de teelt van katoen wordt veel gebruik gemaakt van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. De teelt van vlas (de enige grondstof voor linnen) is veel minder milieubelastend omdat daarbij nauwelijks kunstmest of bestrijdingsmiddelen gebruikt worden. Samenvattend kunnen we zeggen dat linnen doeken kwalitatief beter zijn dan katoenen doeken. Zeker als u uw werk exposeert en/of verkoopt is het belangrijk dat uw schilderijen er goed blijven uitzien. Linnen verdient dan de voorkeur. Aan de andere kant is voor studies en kleinere formaten een katoenen doek zeker een voordelig en goed bruikbaar alternatief. U kan met deze informatie een goede keus maken uit het totale aanbod doekramen.

De term canvas is verwarrend. Het engelse woord "cotton" betekent "katoen" en het engelse "linen" is in het Nederlands "linnen", maar met canvas kan zowel katoen als linnen worden bedoeld. Van origine betekent canvas linnen, maar onderhand wordt het steeds meer voor allerlei weefsels gebruikt. Uiteindelijk wordt met canvas meestal een zware soort katoendoek bedoeld. Ook de term "duck-doek"betekent meestal een zware kwaliteit katoen.

Meer

pigmenten, kleurenleer

Kleurstoffen lossen op in water of alcohol. Pigment drijft op, of zinkt in water. Het is te vergelijken met suiker en zand, suiker lost op in water, zand zakt naar de bodem. Van kleurstoffen kan je dus gekleurde inkt maken of je kan er kleding mee verven. Kleurstoffen worden b.v. toegepast in ecoline en (watervaste) tekeninkt Kleurstoffen zijn in het algemeen gesproken slecht tot matig lichtecht, maar de kleuren zijn vaak intensief en gloedvol. In normaal huiskamerlicht gaan de kleuren al na enkele jaren zichtbaar achteruit en in zonlicht nog sneller. In het donker bewaard blijven de kleuren echter vrijwel onbeperkt houdbaar. Van pigment kan je verf maken door het intensief te mengen met een bindmiddel. De meeste pigmenten zijn goed lichtecht, maar er zijn ook minder betrouwbare pigmenten. Bij elke goede verf staat op de tube of de pot aangegeven hoe lichtecht het gebruikte pigment (en dus de verf in die bepaalde kleur) is.

De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. De drie secundaire kleuren zijn de kleuren die je krijgt door de primaire kleuren twee aan twee met elkaar te mengen, De secundaire kleuren zijn dan groen (geel + blauw) paars (blauw + rood) oranje (rood + geel).

 

Je zou denken dat je met de drie primaire kleuren het verste komt. Dat is in de praktijk niet het geval. De drie primaire kleuren zijn niet de drie beste kleuren om zo veel mogelijk andere kleuren te mengen. Gevoelsmatig zou je dat zeggen, maar dat is niet juist. Als je maar drie kleuren wil gebruiken bereik je het beste resultaat met de kleuren citroengeel, magentarood en cyaanblauw. Met die drie kleuren en wit kom je een aardig eind, maar je krijgt toch al snel problemen om heldere oranjes, mooie violette kleuren en neutrale grijze tinten te mengen. Al gauw heb je nog drie extra kleuren nodig om echt een goed resultaat te bereiken Die drie extra kleuren zijn heldergeel, vermiljoenrood en ultramarijnblauw. Met deze 3 + 3 = 6 kleuren en wit kom je een heel eind om alle andere kleuren en zelfs alle grijzen te mengen en ook zwart is zo goed als bereikbaar. Het is goed om een keer met deze 3 of 6 kleuren te experimenteren en te kijken wat er allemaal mogelijk is. Het beste is om plakkaatverf te gebruiken.