pigmenten, kleurenleer

Kleurstoffen lossen op in water of alcohol. Pigment drijft op, of zinkt in water. Het is te vergelijken met suiker en zand, suiker lost op in water, zand zakt naar de bodem. Van kleurstoffen kan je dus gekleurde inkt maken of je kan er kleding mee verven. Kleurstoffen worden b.v. toegepast in ecoline en (watervaste) tekeninkt Kleurstoffen zijn in het algemeen gesproken slecht tot matig lichtecht, maar de kleuren zijn vaak intensief en gloedvol. In normaal huiskamerlicht gaan de kleuren al na enkele jaren zichtbaar achteruit en in zonlicht nog sneller. In het donker bewaard blijven de kleuren echter vrijwel onbeperkt houdbaar. Van pigment kan je verf maken door het intensief te mengen met een bindmiddel. De meeste pigmenten zijn goed lichtecht, maar er zijn ook minder betrouwbare pigmenten. Bij elke goede verf staat op de tube of de pot aangegeven hoe lichtecht het gebruikte pigment (en dus de verf in die bepaalde kleur) is.

De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. De drie secundaire kleuren zijn de kleuren die je krijgt door de primaire kleuren twee aan twee met elkaar te mengen, De secundaire kleuren zijn dan groen (geel + blauw) paars (blauw + rood) oranje (rood + geel).

 

Je zou denken dat je met de drie primaire kleuren het verste komt. Dat is in de praktijk niet het geval. De drie primaire kleuren zijn niet de drie beste kleuren om zo veel mogelijk andere kleuren te mengen. Gevoelsmatig zou je dat zeggen, maar dat is niet juist. Als je maar drie kleuren wil gebruiken bereik je het beste resultaat met de kleuren citroengeel, magentarood en cyaanblauw. Met die drie kleuren en wit kom je een aardig eind, maar je krijgt toch al snel problemen om heldere oranjes, mooie violette kleuren en neutrale grijze tinten te mengen. Al gauw heb je nog drie extra kleuren nodig om echt een goed resultaat te bereiken Die drie extra kleuren zijn heldergeel, vermiljoenrood en ultramarijnblauw. Met deze 3 + 3 = 6 kleuren en wit kom je een heel eind om alle andere kleuren en zelfs alle grijzen te mengen en ook zwart is zo goed als bereikbaar. Het is goed om een keer met deze 3 of 6 kleuren te experimenteren en te kijken wat er allemaal mogelijk is. Het beste is om plakkaatverf te gebruiken. 

In de eerste plaats kunnen we synthetische pigmenten maken met eigenschappen die we bij natuurlijke pigmenten niet vinden. Synthetische pigmenten zijn vaak lichtechter dan de vergelijkbare kleur uit de natuurlijke pigmenten, en sommige synthetisch vervaardigde kleuren kunnen we niet op een andere manier vinden. Verder is het maken van bijv. ijzeroxide-pigment goedkoper synthetisch te doen dan ijzeroxide op te graven en te zuiveren.

 

Klassieke pigmenten zijn in de natuur gevonden pigmenten die eventueel op eenvoudige chemische wijze, zoals verbranding, bewerkt zijn. Voorbeelden hiervan zijn gele oker en ultramarijn. Moderne pigmenten zijn pigmenten die niet in de natuur gevonden worden maar alleen in een chemische fabriek gesynthetiseerd kunnen worden zoal bijvoorbeeld de azo- en phtalo- en quinacridomepigmenten. Dit zijn organische, synthetische pigmenten.

Organische pigmenten zijn opgebouwd uit koolstofverbindingen. Van oorsprong waren ze dikwijls van dierlijke en plantaardige herkomst. Tegenwoordig worden ze synthetisch geproduceerd. Voorbeelden van klassieke organische pigmenten zijn sepia (dierlijk) en kraplak (plantaardig). Voorbeelden van synthetische organische pigmenten zijn: alizarine, azo-pigmenten (het gele, oranje en rode kleurgebied), phtalocyanine (blauwe en groene kleurgebied) en quinacridone (een lichtecht roodviolet pigment). Anorganische pigmenten (van minerale oorsprong) zijn metaalverbindingen, bijvoorbeeld oxides. Voorbeelden van natuurlijke anorganische pigmenten zijn ombers, okers en sienna's als deze uit de aarde worden opgegraven. Pigmenten met de zelfde benamingen worden echter ook synthetisch geproduceerd. Andere voorbeelden van synthetische anorganische pigmenten zijn de cadmiumgelen, -oranjes en -roden, kobaltblauw en titaanwit. In de praktijk van het schilderen maakt het geen verschil of je organische of anorganische pigmenten gebruikt en ook het verschil tussen "natuurlijke" en synthetische pigmenten is niet merkbaar.

Dat komt omdat het gebruikte pigment dan transparant is. Ook onoplosbare stoffen kunnen transparant zijn. Hetzelfde geldt ten slotte voor kristallen en (half)edelstenen, die niet alleen in kleurverschillen, maar die kunnen variëren van helder transparant tot volstrekt ondoorzichtig. Kortom, transparantie is gewoon een eigenschap van het sommige pigmenten. Verf met een dekkend pigment zal bij een bepaalde laagdikte de ondergrond aan het oog onttrekken. Verf met een transparant pigment is bij dezelfde laagdikte doorzichtig. Niet elk dekkend pigment is even dekkend, niet elk transparant pigment even transparant. Vele variaties zijn mogelijk, van zeer transparant tot zeer dekkend. Toch zijn er verfsoorten, zoals plakkaatverf waarbij alle kleuren dekkend zijn, Dat komt in omdat er bij plakkaatverf een dekkende vulstof aan de verf is toegevoegd. Daardoor wordt elke kleur dekkend, ongeacht het type pigment dat is gebruikt.

Voor een beter begrip over kleuren, het mengen van kleuren en het toepassen van kleuren is het handig het kleurengamma weer te geven in een kleurencirkel. Voorbeelden van een kleurencirkel zijn het artists colourwheel en in de illustratie op deze pagina ziet u ook een kleurencirkel/ Complementaire kleuren zijn elk koppel van twee kleuren die recht tegenover elkaar liggen in de kleurencirkel. Rood en groen zijn dus elkaars complementaire kleuren, net als oranje en blauw. Geel en paars zijn ook complementair aan elkaar. Bij het mengen en m.b.t. de kleurcompositie in een schilderij is het handig om dit soort dingen te weten. Voor meer informatie kunt u het beste een boek over kleurenleer raadplegen.

  • Arabische gom: Afscheidingsproduct van  tropische accacia. Opgelost in 2 gewichtsdelen water ontstaat na een dag weken een lijmoplossing als binder voor bijv. gouache. Het geschilderde blijft in water oplosbaar.
  • Beenderlijm: bindmiddel, verkregen door uitkoken van dierenbotten; na ontvetting. Stolt tot gelatine-achtige massa. Oplossen "au bain Marie".
  • Bijenwas: Natuurlijk ester van hogere alcoholen met hogere vetzuren. Bijen maken hiervan de honingraten. Toevoeging aan verf bevordert de houdbaarheid (maar benadeelt de hechting).
  • Candedilla was: Was gewonnen uit een grassoort. veroorzaakt grotere hardheid bij toevoeging aan bijenwas.
  • Caseïne: droge massa uit melk-eiwit, "opgesloten" in borax (het is niet oplosbaar). Daarbij verandert het poeder in een bindmiddel voor bijv. echte caseïne-tempera. Schildering droogt watervast op.
  • Carnauba was: Was gewonnen uit blad van een waaierpalm (Brazilië). Toegevoegd aan bijenwas geeft dit glans (boenwas).
  • Champagnekrijt: delfstof uit het Champagne-gebied (koolzure kalk). Gemengd met olie: mastiek, gemengd met lijm: te persen tot "krijtjes", gemengd met huidlijm en oker als doekgrondering.
  • Colophonium: Residu, verkregen bij het destilleren van terpentijn (uit boomhars). Wordt gebruikt voor vernissen, mastiek (en zegellak). Met gekookte terpentijn en lijnolie ontstaat een retouche-vernis.
  • Copalhars: Reukloze harssoort, deels uit fossiele, deels uit levende boomsoorten (Brazilië, Mexico, Oost-India). 
  • Dammar hars: Hars van loofbomen uit de Sunda eilanden. Voor mediums en vernissen. Niet vergelend. Op te lossen in terpentijn, ether en gedeeltelijk in alcohol.
  • Huidlijm: bindmiddel verkregen door het uitkoken van huiden (konijnen, hazen).
  • Pijpaarde: Kalk- en ijzervrije, taaie witte kleisoort. In zuivere vorm is het kleurloos en kan zonder schade voor de kleur als "vulling" aan olieverven worden toegevoegd (werkt oxydatie-vertragend). Wordt tevens gebruikt bij de bereiding van pastelkrijt.
  • Puimsteen: gestolde lava. Sponsachtig en licht in gewicht. Wordt gebruikt als ontvetting voor bijv. tempera op droge olieachtige grond of als stuifmiddel over de lijmlaag op een doek om een ruwer oppervlak te verkrijgen. Tevens om de duurzaamheid van kalkmortel te verhogen (Fresco).
  • Sandarak: Droge, transparante hars uit boomschors (Noord Afrika). Opgelost in terpentijn als vernis gebruikt. Geheel oplosbaar in alcohol.
  • Schellak blank: Beste soort schellak, blank gemaakt door flinke dosering witte potas en chloor.
  • Schellak bruin: Harsachtige gomlak. Zweetproduct van schildluis, die leeft van Ficusplanten (India). Wordt, gesneden in dunne plaatjes, opgelost in spiritus (fixatief-vernis).
  •